Wat zijn de 4 hechtingsstijlen?
In de wereld van opvoeding vliegt de term ‘hechting’ je al snel om de oren. Ouders hebben er veel vragen over. En dat is logisch, want iedereen wil het goed doen. Tegelijkertijd wordt het begrip hechting tegenwoordig best weleens platgeslagen. Het wordt soms gepresenteerd als een soort zwart-wit keurmerk: je doet het óf perfect, óf je hebt het helemaal verpest. Maar de realiteit is gelukkig veel milder én leuker.
Als ouder doe je op een dag ontzettend veel: je voedt, verzorgt, troost, brengt je kind naar de opvang en regelt allerlei praktische zaken. Hechting is niet nog een taak op je to-do-lijst. Het is de manier waarop je samen die dag doorkomt. En het fijne is: dat hoeft geen vlekkeloos examen te zijn.
In de psychologie onderscheiden we over het algemeen vier hechtingsstijlen. Zie deze stijlen niet als vaste hokjes waar jij en je kind in vastzitten. Het zijn eerder overkoepelende gedragspatronen: richtingwijzers waar een zenuwstelsel naartoe beweegt als de spanning oploopt. Niemand is 100% perfect veilig gehecht; we bewegen allemaal ergens op die schaal en dat is volkomen normaal.
Wanneer je kijkt naar de dynamiek tussen ouder en kind, onderscheiden we in de basis de volgende 4 hechtingsstijlen:
- De veilige basis
Wanneer een zenuwstelsel overwegend veilig functioneert, heeft een kind ervaren dat de basis betrouwbaar is. In de binnenwereld zorgt dit voor het gevoel: ‘Ik mag er zijn en de wereld is een veilige plek om te ontdekken.’ In de praktijk zie je dit bijvoorbeeld als je je kind wegbrengt naar de opvang of school: er mag best even een traan zijn bij het afscheid. Maar het kind laat zich troosten, gaat lekker spelen en zoekt bij het ophalen weer vrolijk de verbinding met jou op. - De angstige/aanhankelijke neiging (onveilig)
Wanneer de reactie van een ouder (bijvoorbeeld door eigen stress of drukte) wisselend is, kan een kind de neiging ontwikkelen om signalen heel groot te maken. In de binnenwereld ontstaat de dynamiek: ‘Ik moet heel hard mijn best doen om er zeker van te zijn dat je me ziet.’ In de praktijk uit zich dit vaak in claimend of extreem aanhankelijk gedrag. Bij het afscheid is het kind ontroostbaar en bij terugkomst reageert het soms tegelijkertijd heel boos of afwijzend omdat de interne spanning nog hoog zit. - De vermijdende neiging (onveilig)
Als een kind onbewust ervaart dat er in de omgeving weinig ruimte is voor moeilijke emoties, dan kan het zenuwstelsel besluiten om de buitenkant te sluiten. De binnenwereld denkt: ‘Ik los het zelf wel op, want mijn emoties tonen heeft toch geen zin.’ Dit zijn de kinderen die voor de buitenwereld heel ‘makkelijk’ of zelfstandig lijken. Ze geven geen krimp bij het afscheid en spelen rustig door als je terugkomt. Hoewel ze heel autonoom lijken, kan hun interne stressniveau op dat moment best hoog zijn. Hun copingmechanisme is simpelweg het inslikken van de reactie. - De gedesorganiseerde neiging (onveilig)
Dit is de meest complexe hechtingsstijl en komt gelukkig het minste voor. Deze hechtingsstijl ontstaat wanneer de basisomgeving niet veilig is, maar juist angst opwekt. Bijvoorbeeld door trauma of extreme onvoorspelbaarheid. Het zenuwstelsel raakt in de war: ‘Ik wil biologisch gezien dicht bij je zijn voor veiligheid, maar je bent ook degene die me angst aanjaagt.’ Het gedrag in de praktijk is daardoor heel tegenstrijdig en grillig, zoals op de ouder aflopen, maar tegelijkertijd de andere kant op kijken.
Het mooie van dit hele verhaal rondom deze vier hechtingsstijlen? Uit grootschalig onderzoek blijkt dat je als ouder helemaal niet perfect hoeft te zijn om een veilige basis te bieden. Als je in ongeveer 30% van de actieve interactiemomenten goed afgestemd bent op de behoeften van je kind, bouw je al aan een sterk fundament. Die overige 70% van de dag bestaat simpelweg uit de hectiek van het gewone leven. Denk aan haasten in de ochtend, de was doen, een keer je geduld verliezen. Je kind raakt hierdoor niet beschadigd. Juist door het daarna weer goed te maken, leert je kind hoe veerkracht werkt. Een veilige basis bouw je dus niet op door nooit fouten te maken, maar door het daarna altijd weer goed te maken met je kind.
Studio Nesting
Het herkennen van deze processen helpt je om met meer empathie en logica naar het gedrag van je kind én jezelf te kijken. Wil je op een positieve en laagdrempelige manier meer te weten komen over hechting en hoe je de emotionele verbinding en het plezier in jouw gezin kunt versterken? Je bent van harte welkom bij Studio Nesting.
